Portret van twee verschillende burgemeesters
Jos Heijmans en Willy Doorn beginnen aan een nieuwe periode van zes jaar als burgemeester. Van respectievelijk Bernheze (30.000 inwoners) en Landerd (15.000). Heijmans per 1 oktober, Doorn per 1 september.
Bernheze en Landerd zijn beide in 1994 ontstaan door samenvoeging van kleinere gemeenten. Het zijn buurgemeenten. Heijmans heeft al eens geroepen dat ze zouden moeten samengaan, met Maasdonk erbij. Dan kunnen ze als landelijke gemeente een soort buffer vormen in een stedelijk gebied, tussen Oss, Uden/ Veghel en Den Bosch. Doorn vindt dat geen goede gedachte. Zij vindt dat kleinere gemeenten moeten blijven bestaan en niet moeten worden samengevoegd. Werk dat ze niet alleen afkunnen, zouden ze vooral samen moeten doen.
Heijmans en Doorn denken over meer zaken anders. Het zijn twee verschillende burgemeesters, in opvattingen en karakter. Impulsief (Heijmans) tegenover bedachtzaam ( Doorn), flamboyant tegenover ingetogen, losjes tegenover formeel.
Ze hebben beiden wel iets met sport. Heijmans voetbalt nog ( bij de veteranen van Loosbroek) en was enkele weken geleden golfkampioen van Bernheze. Doorn was vroeger voetbalscheidsrechter, ze is gek van skiën.
Heijmans, Brabander, geboren in Welburg, 55 jaar, is lid van D66.
Doorn, geboren in Hoek van Holland, 55 jaar, is lid van het CDA.
Een portret van twee burgemeesters.
Bron: Brabants Dagblad, 24 september door Wim Arts en Edith Verwegen
‘ Ik wil het té goed doen'
Willy Doorn is sinds 2003 burgemeester van Landerd.
Eind augustus is ze opnieuw voor een periode van zes jaar beëdigd. Volgens Doorn zijn er nog volop uitdagingen.
Willy Doorn is heel blij met de herbenoeming als burgemeester van Landerd . Ze ziet nog voldoende uitdaging voor de komende jaren. En ze denkt dat ze ook haar steentje kan bijdragen aan de ontwikkeling van Landerd . Ze vindt het burgemeestersambt ‘leuk en uitdagend'.
Het gesprek blijft wat formeel van karakter. Het woord ‘ rapport' neemt ze niet zelf in de mond.
Over de bestuurlijke en ambtelijke problematiek waar haar gemeente toch al enige tijd mee te maken heeft, praat ze pas als er naar wordt gevraagd. En dan blijkt dat ze liever niet in termen van problemen praat. „Een stabiel gemeentebestuur? Dat is natuurlijk wel belangrijk. Of Landerd een stabiel bestuur heeft? Op zich ben ik niet ontevreden over de gemeenteraad. Het is belangrijk dat je elkaar op de hoofdzaken vindt, jammer dat dat niet lukte bij het centrumplan van Zeeland. Maar over het algemeen gaat dat goed. De raad is kritisch, ja. Maar een raad die op alles ja en amen zegt, dat is niet goed.”
Maar de burgers zien ruziënde raadsleden?
„Partijen zijn het niet eens met elkaar. Dat mag. Als je verschil van mening maar nooit laat verworden tot een strijd tussen personen. Daarom vind ik het ook belangrijk dat je na de vergadering met elkaar een borrel kunt drinken.” |
 |
De vergadering van de Landerdse gemeenteraad is regelmatig het toneel van felle en ook persoonlijk woordenwisselingen. Burgemeester Doorn: „Helemaal geen vuurwerk vinden mensen ook niet leuk. Maar alles heeft zijn grenzen. Ik denk wel dat het met de naderende verkiezingen nog wat scherper zal worden. Dat spreekt vanzelf, dat zou ik ook doen als ik politicus was.” Ze zag, twee jaar geleden, de spanningen binnen het college zo hoog oplopen dat een van de twee wethouders ‘sneuvelde'. „Het was de eerste keer in al die jaren dat ik burgemeester ben dat ik dat meemaak. Dat moet niet te vaak gebeuren. Het is jammer, het betekent ook altijd vertraging voor de zaken waar je mee bezig bent.”
Landerd is met de ingeroepen hulp van het managementbureau BMC de afgelopen anderhalf jaar intensief bezig geweest met het verbeteren van de bestuurlijke kwaliteit en de ambtelijke organisatie. Niemand bleef gespaard van kritiek. De vraag is welke invloed het proces op haar heeft gehad.
Burgemeester Doorn: „ Ik heb er wel wat van opgestoken ja. Een mens die hier niets van leert, dat is niet goed. Wat ik ervan geleerd heb? Dat is moeilijk uit te leggen.
Het gaat vooral over de manier van werken, denk ik.” Ze vindt dat een burgemeester in dit soort situaties een kwetsbare positie heeft. „Het is een eenmanspost, je kunt eigenlijk niet op iemand of een partij terugvallen.”
Doorn is geen voorstander van een gekozen burgemeester. Ze is ook geen burgemeester die nadrukkelijk aanwezig is in het publieke debat. Ze treedt ook letterlijk niet vaak naar buiten. Ze is per week toch wel drieënhalve dag in het gemeentehuis. „ Als je wilt kun je elke dag wel weg, maar dat wil ik niet.”
Het idee van collega Heijmans om samen met Bernheze en Maasdonk een grote plattelandsgemeente te vormen, wordt doorWilly Doorn niet omarmd. „ Ik zie veel voordelen in een kleine gemeente. Je staat dicht bij de burger, dicht bij de samenleving.”
Waar kleine gemeenten tekortschieten, moeten ze samenwerken, is haar standpunt. „ Dat moeten we nog meer gaan opzoeken.
Je kunt op ambtelijk gebied veel samen doen zonder dat je als gemeente beperkt wordt in je beleidsmogelijkheden. Ik ben pas nog bij collega Heijmans geweest om te praten over samenwerking op het gebied van de automatisering. Ik hoop van ganser harte dat Bernheze die samenwerking aangaat.” In tegenstelling tot Heijmans vindt ze de samenwerking rond De Maashorst een goed voorbeeld van hoe het moet. „ Ja”, zegt ze ergens in het gesprek, „je hebt te maken met twee verschillende burgemeesters.”
Het op peil brengen van de schoolvoorzieningen ziet Doorn als een van de belangrijkste projecten waar de gemeente voor staat. „Er moet snel helderheid komen over de scholen in Zeeland en in Reek.
En ik ga ervan uit dat dat nog vóór de verkiezingen lukt.” Woningbouw, het buitengebied en de centrumplannen voor Zeeland noemt ze verder als belangrijke punten voor de komende jaren. De gemeenteraad zal zijn ambities wel moeten ‘spreiden', zegt ze. De begrotingsvergadering wordt wat dat betreft essentieel. Gelet op de financiële situatie ‘zullen we er niet aan ontkomen om in eigen vlees te snijden'.
Betrokkenheid bij alles wat er in de gemeente speelt, is haar sterke kant, zegt Doorn. En haar zwakke kant? „Dat ik het té goed wil doen, denk ik. Dat ik me alles te zeer aantrek. Aan de andere kant is dat misschien ook wel weer een sterk punt.”